kwetsbare schoonheid

Deze publicatie verschijnt naar aanleiding van het artistieke project Kwetsbare Schoonheid, een samenwerkingsproject van het Regina Pacisinstituut te Laken (Brussel) en de kunstbank / what>, met kunstenaar Malou Swinnen.

Gesprek met kunstenaar Malou Swinnen
Helger Van Werde

Helger Van Werde:
Sinds vorig jaar prijken er in de gang van onze school prachtige portretten van jonge mensen. U maakte deze portretten in het kader van “kwetsbare schoonheid”, een tentoonstellingsproject in samenwerking met de kunstbank. Ik vind dat deze portretten de multiculturaliteit van onze school benadrukken. Wat was uw eerste indruk van de school?

Malou Swinnen:
Mijn indruk van Regina Pacis is dat dit een bijzondere school is, waar leerlingen zich thuis voelen. Volgens mij ligt dit aan de directeur, wiens positieve energie erg aanstekelijk werkt en aan de vele gemotiveerde docenten. Het doet me denken aan de school waar ik vroeger les gaf aan jongeren met een taalachterstand, die niet in het bezit waren van een diploma lager onderwijs. Ook daar hing een bijzonder positieve sfeer.

Helger Van Werde:

Ik vind dat de veelvuldigheid van kleuren in de gangen ook bijdraagt tot een aangenaam en leuk klimaat en de warmte die onze school uitstraalt, nog beklemtoont.

Malou Swinnen:

Ja, ik vond dit ook heel verrassend en aangenaam.

Helger Van Werde:

Het project heet “kwetsbare schoonheid”. Waarom koos u voor deze titel?

Malou Swinnen:

De leeftijd van de geportretteerde jongeren speelt hierin een bepalende rol. Jongeren op de drempel van de volwassenheid zijn kwetsbaar, omdat ze nog geen uitgesproken harnas hebben om zich te beschermen tegen de harde buitenwereld. Het is een zeer bijzondere fase in het leven.
De geselecteerde jongeren hebben allemaal een eigen specifieke schoonheid die ik wil benadrukken. Ze beantwoordt niet per se aan het klassieke schoonheidsideaal of het ideaal dat ons via de media wordt aangereikt. Juist de imperfecties dragen bij tot hun unieke schoonheid.

Helger Van Werde:

Werkte u al vaker met adolescenten? Hoe ervaarde u de samenwerking?

Malou Swinnen:
Ik heb veel ervaring met jonge mensen, mijn eerste projecten waren zelfs uitsluitend met 17-en 18-jarigen. Vooral het
persoonlijk contact vind ik erg boeiend. Het is belangrijk wederzijds vertrouwen
op te bouwen, zodat een “model” zich figuurlijk bloot durft te geven.

Helger Van Werde:

Naast de kwetsbaarheid kwam er nog een wijd spectrum van emoties kijken bij het maken van deze portretten.

Malou Swinnen:

Het is erg belangrijk om als kunstenaar een soort relatie op te bouwen met het “model”. Iemand portretteren is immers een intense en intieme ervaring. Een goed contact en vertrouwen is onontbeerlijk. Daarom is het eerste gesprek enorm bepalend: het moet klikken zodat er een ontmoeting, wisselwerking kan ontstaan.

Na de opnames heb ik de beelden samen bekeken met de jongeren en in overleg met hen een keuze gemaakt. Opvallend is dat jongeren - en vooral de jongens- vaak enthousiast en oprecht verbaasd reageren op hun eigen schoonheid. Een portret is dan ook zoveel meer dan een snapshot, ze laten een andere, gevoeligere kant van zichzelf zien. De meisjes reageerden iets gereserveerder op hun beeld: ze kijken misschien kritischer naar zichzelf en letten meer op mogelijke imperfecties.

Helger Van Werde:

Hoe werden de modellen gekozen? Waren er bepaalde selectiecriteria?

Malou Swinnen:

De directeur en de leerkrachten werden betrokken in de selectie van de “modellen”. Ze gingen op zoek naar diversiteit en specifieke schoonheid- dus mét imperfecties. De gezamenlijke selectie was zo goed dat ik die als vanzelfsprekend geaccepteerd heb. Tijdens het eerste contact vroeg ik de modellen een attribuut mee te brengen, een lievelingsobject waaraan ze een bepaalde waarde hechtten. Het viel me op dat ze vaak kozen voor een uitgesproken object: een opvallend juweel, een kleurrijk kledingstuk, enz. Dit zorgde meteen voor een persoonlijke betrokkenheid. Anderen kozen voor bijzondere make-up of een interessante haarstijl…
Mijn eerste “model” was een zwart meisje. Ze bracht een jurk mee die ze gedragen had bij het huwelijk van haar tante. Het was een erg kleurrijk exemplaar, wat meteen voor een vrolijk begin zorgde. Achter elk attribuut zat een verhaal: de speld in de vorm van een vlinder bijvoorbeeld stond voor dat meisje symbool voor vrijheid
Deze attributen zorgden voor een bijzondere stemming en verhevigde hun interesse in het portret. Ze waren met de opname van de foto bezig, dachten na hoe ze zich op die dag zouden kleden en voelden zich speciaal.
De meisjes met een hoofddoek waren verwonderd over mijn nieuwsgierigheid naar en mijn vele vragen over hun hoofddoek. Ze vertelden me bijvoorbeeld dat de keuze van de kleur ervan geen symbolische waarde heeft maar dat ze willen dat het bij hun kleding past.

Helger Van Werde:

De foto’s hangen in middelgroot formaat op een erg prominente plaats op school: in de inkomhal. Het is één van de eerste zaken die opvallen wanneer je het Regina Pacisinstituut binnentreedt. Wat zegt dat volgens u over de manier waarop de school met zijn leerlingen omgaat?

Malou Swinnen:

Volgens mij maakt de school hiermee een duidelijk statement: de leerlingen staan centraal op Regina Pacis. De reële grootte van de portretten zorgt tevens voor een bepaald realiteitsgevoel. Doordat de blik gericht is op de toeschouwer, is er onmiddellijk contact. De portretten geven de toeschouwer een dubbel gevoel: als installatie vormen ze één geheel, maar toch blijft de individualiteit sterk aanwezig: elk model kijkt je afzonderlijk aan. De volgorde van de portretten wordt veranderd naar verloop van tijd, er is geen vaste constellatie. Wat ik bijzonder vind, is dat de directeur zoveel aandacht besteedt aan kunst en cultuur.
De regelmatige samenwerking met de kunsteducatieve organisatie de kunstbank is er een voorbeeld van en dankzij deze samenwerking ontstond ook mijn project.

Helger Van Werde:

Welk effect denkt u dat deze portretten zullen hebben op (middel)lange termijn?

Malou Swinnen:

Dat is een vraag die jij, je collega’s en de directeur wellicht beter kunnen beantwoorden. Ik denk dat wat zichtbaar wordt, is de positieve houding van de school ten opzichte van de leerlingen: je kan weggestuurd worden, je kan afstuderen, je kan elders naartoe gaan, maar je blijft ongeacht dit alles deel uitmaken van de school.

Helger Van Werde:

Aanvankelijk werd de idee geopperd om slechts drie foto’s extreem uit te vergroten en op te hangen. Waarom heeft u dit concept laten varen?

Malou Swinnen:

Voor mij was het belangrijk dat deze portretten niet alleen individueel “werken” maar samen ook een portret van de school vormen. Het feit dat de portretten de reële grootte van het hoofd weergeven én dat de “modellen” je aankijken, zorgt voor een intensief contact met de toeschouwers.
De jongeren die niet gefotografeerd werden, kunnen zich op die manier gemakkelijk identificeren met de “modellen”.


Dank u voor dit interview.