stil
Een lichte leegte
Deze productie ontstond uit een artistieke samenwerking tussen de kunstbank en jongeren uit het middelbaar onderwijs, en onderzoekt de mogelijkheden voor een vernieuwde herdenking. Tijdens sessies met deze jongeren werd het thema herdenking vanuit een artistieke invalshoek onderzocht aan de hand van de tweede wereldoorlog. De leslokalen werden gemetamorfoseerd tot witte ruimtes, een uitnodiging om via associatie en herinnering tot herdenking te komen. De ervaringen die hieruit volgden, werden ingeschakeld in het artistiek proces. De tijd, de herinnering en de herdenking zijn de centrale concepten.
Wit is zowel leeg als open, een wit scherm vormt een uitnodiging om op te projecteren. Het wit evoceert een strategische stilte, van belang voor de noodzakelijke ernst die herinneren in de vorm van herdenken vereist.
De herdenkingsvormen voor de tweede wereldoorlog zijn doorgaans eerder afstandelijk en steriel. We kennen de beelden en de feiten, maar zijn niet langer persoonlijk geïnvesteerd. De tweede wereldoorlog, en dan vooral de herdenking ervan, is een tweede cluster van concepten die centraal staan.
60 000 000 doden, dat komt ongeveer overeen met de bevolking van het Verenigd Koninkrijk. Sommige transparanten bevatten de schatting die jongeren maakten naar het aantal slachtoffers van de tweede wereldoorlog. Dat getal is steevast veel te laag.
Uit de soms heftige reacties van leerkrachten en studenten op wat we tonen en hoe we dat doen, merken we op dat er alvast geen neutrale houding tegenover het verleden bestaat. De intensiteit van een reactie bezit een eigen kwaliteit. De echte actualiteit van het onderwerp ligt echter niet in de feiten, maar in de herdenking in het heden. De feiten zijn een aanknopingspunt voor een onderzoek naar de impact van herinneringen op het persoonlijke leven.
De manier van omgaan met (negatieve) herinneringen als individu, als collectief of als natie is een fragiel onderwerp, dat niet eenduidig te verklaren valt. Een artistiek project over herdenking is steeds zelf een vorm van herdenking, het schrijft zich in in de bestaande vormen van herdenking. En herdenking is nodig om herhaling te vermijden.
Het oorspronkelijk supplement
De pauze tussen noten onderscheidt muziek van ruis, de witruimte tussen letters maakt een tekst leesbaar. De witruimte is geen triviale toevoeging, ze maakt wezenlijk deel uit van het getoonde. Sterker nog, de witruimte maakt het getoonde pas zichtbaar. Het is wat Derrida een oorspronkelijk supplement noemde, een toevoeging die noodzakelijk is voor het bestaan. De stilte, geëvoceerd door het wit, is het uitgangspunt, de mogelijkheidsvoorwaarde en het eindresultaat. De stempel op de doos mag u opvatten als een titel, maar evengoed als een verzoek, een aanmaning of een bevel.
Een doos vol herinneringen
Een herinnering wordt opgebouwd uit zintuiglijke waarnemingen. In verschillende graden van bewustzijn vormen die impressies verbindingen met vorige impressies, gaandeweg ontstaat een web van herinneringen dat we ons persoonlijk verleden noemen. De afzonderlijke elementen in dat web hebben slechts betekenis in verhouding tot elkaar. Herinneringen worden niet alleen gevormd door zintuigen, ze worden er ook door opgeroepen. Zien, ruiken, voelen, horen of proeven, de juiste prikkel kan een bepaalde herinnering oproepen. Ze zijn bovendien nooit juist of fout, omdat die categorieën niet van toepassing zijn. Ze zijn aan- of afwezig, droevig of vrolijk, sterk dan wel zwak.
De geur van je kleuterschool, dat specifieke blauw van je kinderkamer, de klank van naaldhakken op parket, onbewust worden ze verbonden met emoties. Op de vraag naar een voorbeeld van herinneringen die door de tastzin worden opgeroepen, vertelde een leerling dat zijn moeder vroeger vaak de handen door zijn haren haalde. Sinds haar overlijden verdraagt hij die handeling niet langer.
Als het deksel van de doos gaat, wordt het serene wit bruusk verstoord. Een donkere, ondoorzichtige stapel blijkt een verzameling transparanten te zijn.
Het onderwerp van die transparanten blijft onduidelijk, tot je er enkele van de stapel neemt. Een oorlogsbeeld volgt een portret op, daarachter een vel vol gekribbelde woordjes. Bekijk de transparanten, hou ze tegen het zonlicht, en probeer niet te hard om vingerafdrukken te vermijden. Daar kan je niet aan ontsnappen.
Herinneringen kunnen het leven aangenaam maken, maar evengoed in negatieve zin bepalen. Door traumaverwerking krijgen herinneringen een plaats toegewezen, waardoor ze dragelijk worden. Als een trauma niet individueel maar collectief verwerkt wordt, spreken we van herdenking.
De blik/het web
De verzameling transparanten in de doos is even eclectisch als het web van herinneringen. Portretten, oorlogsbeelden, herdenkingen van een geliefd persoon en associaties met de tweede wereldoorlog werden vermengd om het gezicht van de doos te vormen, een kleine schat vol herinneringen. Opeen gepakt vormen ze een massief gegeven, door afstand te scheppen creëer je kleine betekenisvolle fragmenten. De tactiele link die daarmee gepaard gaat, verwijst onrechtstreeks naar het lichamelijke element van herinnering via de zintuigen. De volgorde ligt niet vast, die wordt bepaald door de omgang van de toeschouwer. Al naar gelang de lichtbron en de link wordt het accent verlegd.
Bladeren is onmogelijk door het gebrek aan een boekvorm, de transparanten moeten vastgenomen en gehanteerd worden. De vereiste (be)handeling brengt het noodzakelijke lichamelijke element binnen in deze allegorie van een herdenking.
Rituele striktheid
Het kleine jongetje met het opgespelde hakenkruis lokt gemengde reacties uit.
De jongeren moeten er tijdens de sessies vaak wat om giechelen, vooral de meisjes vinden het mannetje schattig. Dat werpt een interessante vraag op: wat doe je met gelach in deze context? Is lachen sowieso een uiting van gebrek aan respect?
Niet noodzakelijk. Het kan ook een uiting zijn van onbehagen, een manier van omgaan met een moeilijke situatie. Het gelach van de jongeren kan in dat opzicht betekenen dat zij donders goed doorhebben dat er iets niet is zoals het hoort. We hebben bepaalde codes die onze omgang met fragiele situaties vastleggen, die codes werken met een rituele striktheid. Door de beheerste vorm wordt de onbeheersbare inhoud hanteerbaar.
Herinneringen opgewekt door zintuigen worden niet noodzakelijk naar waarheid weggeschreven. Het is niet nodig om de feitelijke weergave te behouden omdat de herinnering op zich genoeg waarheidswaarde behoudt. Een emotie wordt dan ook overgedragen door de werkelijkheid niet als een feit, maar als een fenomeen te behandelen. Via alle zintuigen komen prikkels binnen die tot een waardevol geheel worden gesmeed, iets om te koesteren of te betreuren. Net zoals papiersnippers, die erg luchtig zijn maar je tegelijkertijd kunnen snijden.
De kleurrijke portretten van jonge mensen tussen die duistere materie dwingen de toeschouwer om niet onverschillig door de stapel te bladeren. De jeugdige gezichten kijken steevast recht in de lens, alsof ze een antwoord verwachten. Ze werken verstorend, de blik struikelt over die gaten in het geheel.
Malou Swinnen, kunstfotografe, nam kleurrijke portretten die hulde brengen aan de jongeren met wie dit project tot stand kwam. Het bevreemdende effect werd doelbewust nagestreefd. De ongewone vorm draagt daartoe bij: niet rechtopstaand maar liggend, de ogen gecentraliseerd. Onbewerkt, bladvullend en puur, de blik herbergt een enorme lading. Die portretten staan in schril contrast met de oorlogsbeelden. Zonder titels, met grove pixels, in zwart-wit.
De beelden zijn geladen en erg ambigue. De grove pixels herinneren eraan dat de gruwelijke inhoud niet aanwezig is, maar afgebeeld wordt via papier en inkt.
Terug naar Breendonck
De lijst met namen van slachtoffers uit Breendonck is van een volstrekt andere evocatieve kwaliteit. Zonder opsmuk, zonder onderscheiding worden ze opgelijst. Achter iedere naam schuilt een mensenleven. De gewenning die we vaak kunnen opbrengen voor oorlogsbeelden, werkt niet voor deze brute namenlijst.
Fort Breendonck Memorial
Op 20 september 1940 komt SS- Sturmbannführer Philipp Schmitt met de eerste gevangenen in het Fort van Breendonk aan. Breendonk wordt hiermee een gevangenenkamp voor de Sipo-SD, de Duitse politieke politie die een onderdeel is van de SS. Het kampregime verschilt nauwelijks van dat van een echt concentratiekamp. De combinatie van ondervoeding en dwangarbeid sloopt het gestel. Mishandeling kan de doodssteek geven. In totaal hebben zo’n 3500 personen wisselende periodes doorgebracht in Breendonck, waarvan ongeveer de helft het fort nooit meer verliet.
Als we aan de jongeren vragen om een naam uit de lijst te kiezen ter herdenking, dan nemen ze die opdracht erg serieus. Een keuze blijkt nooit toevallig te zijn. Dezelfde geboortedag, gemeenschappelijke afkomst uit hetzelfde dorp of een gedeelde naam zorgen voor een persoonlijke verbinding. De empathie die tot stand komt valt niet logisch te verklaren, hier treedt een ander mechanisme in werking. De act van het schrijven heeft hierbij een belangrijke functie als scheppende kracht: als je de naam van een persoon opschrijft, dan wordt hij, op een poëtische manier.
De dood van zo velen is een massief gegeven dat echter in het niets lijkt te verzinken met de 60 000 000 die in totaal het leven lieten tijdens de tweede wereldoorlog. De enige manier om daar grip op te krijgen, is er afstand in aan te brengen. Zoals Picasso de doden van Guernica redde van de vergetelheid, zo verleent Breendonck Memorial een testament aan de duizenden die elk afzonderlijk een leven leidden.
Het web/de draden
Verborgen in de doos bevindt zich een kleinere doos. In het hart van deze schatkist zit een herhaling van de buitenkant. Til het deksel op, en je ziet een warrig kluwen van papiersnippers waarop ooit een samenhangende tekst stond. Het is het restant van herinneringen die in hun eigen doosje bewaard worden, afgescheiden van de buitenkant. Deze snippers zijn wat overblijft van de persoonlijke herinneringen die de jongeren tijdens de sessies opschreven. Zelfs als de herinneringen niet langer leesbaar zijn, worden ze wel fysiek bewaard. Ze vormen de onderlaag van ons bewustzijn, de kweekvijver waar nieuwe ervaringen op kunnen inhaken. De warboel van papier en letters in de doos is niet langer betekenisvol, maar dat wil nog niet zeggen dat het niet meer van betekenis is.
Er schuilt een speciale poëzie in de betrokkenheid die de jongeren op papier creëren. Die emotionele betrokkenheid wordt gedragen door het kluwen van papier. Dat wil zeggen dat de kracht en de hevigheid ervan op een zachte manier behouden blijft in de snippers, je moet er een doos rond bouwen opdat ze niet plat gedrukt worden. Er zit lucht tussen, meerdere stemmen kunnen op die manier hun eigen invalshoek behouden. De constructie weerspiegelt het proces dat zich voltrekt bij het vormen van herinneringen.
Zwart-wit, gestreept, grijs
De gebruikte strategie in de concentratiekampen bestond erin mensen anoniem te maken. Ontneem iemand zijn onderscheidende kwaliteiten, en je ontneemt zijn persoonlijkheid. Gedwongen om hun bezittingen af te staan, hetzelfde kapsel en dezelfde plunje te dragen, werden de ‘wandelende doden’ gedegradeerd tot verbruiksgoederen. In de verbrandingsoven culmineert deze anonimiteit, reductie tot as is de finale daad van anonimisering. De ovens bleven roken, en de as werd uitgespuwd over de omgeving.
De poëtica van de papieren wolk doet denken aan die van de Rebecca Horn. In een muur van glas zit een grauwe substantie die aan zand doet denken, of stof. De muur is echter gevuld met de assen die Horn in 2006 verzamelde rond Buchenwald waar zestig jaar geleden een verbrandingsoven zijn wolken uitbraakte. Velen waren in die tijd bereid om de lange rit op de goederentrein te ondernemen, in de hoop zo te kunnen ontsnappen aan het hondenleven in de getto’s. Onwetend vertrokken ze naar de kampen, waar ze in schrijnende omstandigheden moesten leven of omgebracht werden. Wie niet meer bruikbaar was, wachtte de verbrandingsoven. Horn verzamelde die assen zonder te weten van wie of wat ze afkomstig zijn. Ze bracht ze samen en richtte er een monument mee op, waardoor ze die laatste annulering van een persoon teniet doet. Ze weigert te erkennen dat men in die annulering geslaagd zou zijn. Ze doet dit door op een fysieke manier de assen terug te verzamelen. De kracht van dit werk bestaat uit de ontkenning van de ontkenning.
STIL onderzoekt de constructie van de fenomenen herinnering en herdenking, en geeft daar een uiterlijke vorm aan. De afzonderlijke elementen werken samen om de specifieke wezenskenmerken van deze fenomenen te evoceren. De publicatie ontstond dankzij de samenwerking tussen de kunstbank, jongeren uit het middelbaar onderwijs en kunstenaars Malou Swinnen en Peter Blatt.
Nele Lambrichts
Gebaseerd op gesprekken met Herman Labro, Rika Colpaert en
Ellen Janssens van de kunstbank.